ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Priesters en bisschoppen

Waar komen deze woorden vandaan?

 Het Griekse woord voor priester is presbyteros. Letterlijk vertaald betekent presbyteroi (meervoud) 'oudsten'.

Ze behoorden inderdaad ook tot de senioren.

Oudsten

Als we in Hand 14 : 23 lezen dat de apostelen voor hen in elke gemeente presbyteroi hadden aangesteld, moeten we dit woord dan ook vertalen met 'oudsten' en niet met ouderling of priester.

 

Plaatsvervangers

 

De presbyteroi waren dus oorspronkelijk de plaatsvervangers der apostelen.

In elke gemeente die zij bezocht hadden kwamen dus oudsten.

Het gaat in bovengenoemde tekst allereerst om de gemeenten in de Romeinse provincie Galatië. Ik heb met veel moeite al deze plaatsen kunnen bezoeken, Antiochië, Lystra, Derbe en Iconium (nu Konya geheten)maar er zijn slechts ruïneheuvels over.

 Als je op zo'n heuvel staat besef je ineens, hier zijn die oudsten aangesteld, en hier zullen ze ook wel begraven zijn. Er zijn geen gemeenten meer op die plekken.

Men krijgt de indruk dat de term 'oudsten' een verzamelnaam was voor alle ambtsdragers. In oude gemeenschappen in het oosten was de oudste stamhoofd en leider.

We mogen dit Griekse woord niet vertalen met het woord 'ouderling' omdat dit woord een specifieke vulling heeft gekregen vanuit de Hervorming, maar het is evenmin juist dit woord te vertalen met 'priester'.

Priester

Natuurlijk is het woord priester van dit Griekse woord afgeleid, maar de priester heeft in de loop der eeuwen zo'n grote macht gekregen, dat de gemeente buitenspel werd gezet.

Er ontstond een aparte clerus, de orde der geestelijken en daarnaast waren er de leken. Leken waren mensen die niets in te brengen hadden in de kerkelijke gemeenschap.

Episkopos  -  bisschop 

Naast het woord 'presbyter' wordt in de bijbel ook het woord 'episkopos' genoemd. Daarvan is afgeleid het woord 'bisschop'. Dit Griekse woord betekent  'opziener'. De woorden priester en bisschop zijn dus Griekse woorden.

Uit de veelheid van nieuwtestamentische geestesgaven en bedieningen groeide in de tweede en derde eeuw het drievoudig patroon van bisschop, presbyter en diaken.

De oudste verleende bijstand aan de bisschop en vertegenwoordigde hem in de leiding van de gemeente.

Hij wordt vergeleken met de oudsten die Mozes had uitgekozen om hem bij te staan.

Als de bisschop vrijwel blijvend afwezig is wegens vervulling van zijn bovenplaatselijke taak, wordt de presbyter voorganger in de bediening van het Woord en sacramenten.

 De diaken staat de bisschop terzijde in de dienst aan de Tafel van de Heer.  Al spoedig kreeg de bisschop uitsluitend een bovenplaatselijke taak.

Samenvatting 

Samenvattend kunnen we dus zeggen dat de priester meer bevoegdheden kreeg dan de 'oudste' en dat de diaken in de rooms-katholieke kerk meer een liturgische dan een diaconale taak heeft gekregen.

Tegenover de 'verpriesterlijking' van  het hele kerkelijke bedrijf in de Middeleeuwen heeft de Hervorming het algemeen priesterschap der gelovigen hersteld.

Alle gelovigen zijn in wezen priester!