ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Preken uit O.T.

Oude Testament

 

Hoe moet je preken uit het Oude Testament?

Hoe verbind je nu op legitieme wijze de wereld van de oudtestamentische tekst, die vaak weerbarstig is, met de wereld van de hoorders?

 

1 Een goede preek uit het Oude Testament vergeet nooit Israël uit het oog.

 

2 Een goede preek uit het O. T. is ook Christusverkondiging.

 

3 Een goede preek uit het O. T. is als de hoorders op de een of andere manier erin voorkomen

 

4 Een goede preek uit het O. T zal tenslotte altijd perspectief bieden voor de toekomst.

Hier heb je al de vier verschillende aspecten van de verkondiging uit het O. T.

 

Er is sprake van een 'gelaagde' omgang met het Oude Testament. Een meervoudig gebruik van dezelfde tekst. In het O. T zijn namelijk vier lagen aanwezig. Ze hanteren alle vier een eigen uitlegkundige sleutel, maar geen van deze is theologisch dominant. Het gaat dus altijd om een sleutelbos. Er bestaat niet één loper die de sloten van alle teksten kan openen.

 

Allegorese

 

 

Zo,n loper kan bijvoorbeeld de allegorese zijn. Dan zeg je b. v. het staat er wel zo, maar het gaat om een diepere, geestelijke lading. Het gaat om de diepe zin. In de exodus gaat het bijvoorbeeld om ons aller uittocht uit de ellende naar het beloofde land

 

Typologie 

 

Zo,n loper kan een typologie zijn. Personen die in het O. T. beschreven worden , worden dan voorgesteld als voorafschaduwingen van Christus. Ze zijn slechts vóórbeelden.

 

Leesrooster 

 

Zo'n loper kan ook het leesrooster worden dat twee lezingen aanbiedt, één uit het O.T. en één uit het N. T. Dit zogenaamd geordend lezen heeft veel bezwaren.

De twee schriftlezingen hebben niets met elkaar te maken en er ontstaan twee preekjes. Het is als het ware een omgekeerde puzzel waarbij de hoorders de overeenkomsten moeten zoeken in twee onafhankelijke bijbelgedeelten.

Ik noem één voorbeeld voor een viervoudige schriftuitleg. Neem nu  b.v. eens 2 Sam. 7:8 waar God zegt over de koning van Israël. " Ik zal een vader voor hem zijn en hij zal voor mij een zoon zijn". In Hebr.  1;5 wordt deze tekst betrokken op Christus, (Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit gezegd; Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt ? Of: Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon? In 2 Kor.  6:18 wordt die tekst betrokken  op de gemeente te Korinte :Dan zal ik jullie aannemen en jullie vader zijn en jullie mijn zonen en dochters en tenslotte zien we ook de vierde laag. Die heeft  op de toekomst betrekking. In  Openb.  21: 7  lezen we  Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. Herken je de vier lagen in deze uitleg?

 

Oud Testamentische  echo resoneert mee ! 

 

In bijna alle teksten van het Nieuwe Testament is het Oude Testament aanwezig.

De TeNaCh resoneert mee.

We horen een echo van deze OT.  geschriften. De tekening van Jezus' optreden aan het begin van de  bergrede is een verwijzing naar Mozes, al wordt zijn naam niet genoemd.  Maar Ik zeg u. . . .

 

 

 

Op de berg der verheerlijking wil Petrus drie tenten opslaan. Dat is een verwijzing naar het Loofhuttenfeest.

De stem uit de wolk is verwijzing naar de wolk waarin de heerlijkheid van de Heer verscheen aan Israël.

Er is een netwerk van vage verwijzingen, aanduidingen vanuit O. T. in het N. T. aanwezig.

Je kunt het Nieuwe Testament nooit goed begrijpen zonder het Oude Testament. We zullen het O. T moeten lezen vanuit  de reeds hierboven genoemde vier opties.  Er zijn dus vier sleutels. We kunnen een tekst lezen allereerst met het oog op

Israel 

Israël is de treeplank waarop God deze voortrazende wereld binnenstapt. De Heer is de God van Israël en de heidenen zijn mede-erfgenamen geworden van de beloften van God. Gelovigen uit de volken blijven vreemdelingen en bijwoners.

Wij worden ingeschreven op de boekrol van Israël (Ps 87). We geloven niet in een God in het algemeen maar in de God van Israël.

De weg die Jezus moest gaan van Godswege wordt  voorafgebeeld door de weg die Israël moest gaan.

De geschiedenis van Israël is de vóórgeschiedenis van Jezus!

Deze eerstgeboren zoon (Israël, Jezus) past niet in de wereld van de farao, van Herodes en van Hitler. Wat er met Jezus is gebeurd, is er eeuwen lang ook geschied aan de Joden. De afkeer van de Joden is een afkeer van Christus. Auschwitz is de consequentie van Golgotha

 

Christusgebeuren  

Vele O. T. teksten worden in het N. T ingezet om het Christusgebeuren te beschrijven.

Filippus zei tegen Nathanaël We hebben Hem gevonden van wie Mozes in de wet geschreven heeft (Joh. 1: 46) en we lezen ook in Hand. 8 Uitgaande van dat woord uit de schriften (Jesaja)  verkondigt Filippus  aan de Ethiopiër Jezus. Christus is voor ons gestorven naar de Schriften (1 Kor. 15:13).

Ook hier weer die diepere laag in het O. T. die naar Christus verwijst.

Het viel mij op dat ook Jesaja volgens Johannes de majesteit van Jezus heeft gezien. Dit is een christologische sleutel. Soms maakt Jezus de klacht van een dichter tot de zijne. (Mijn God, mijn God, waarom hebt u Mij verlaten). Vaak wordt Hij door apostelen en evangelisten getekend als de inhoud van oudtestamentische teksten

 

Het gaat ook om ons 

Het definitieve eindpunt  van de Oud-Testamentische verwachting is niet het Christus-gebeuren. De geschiedenis van oordeel en heil gaat na het Christus-gebeuren door. Als alles al vervuld zou worden, zouden wij toeschouwers worden. Wij komen in de boeken voor. Wij worden aangesproken in de Schriften. De existentie van de gemeente kan 'teruggelezen' worden door de evangelisten en apostelen. Habakuk 5: 1 wordt door Paulus aangehaald tegenover de hoorders in Antiochie "Zie toe dat dit u niet overkomt"

De exodus is ook voor ons van betekenis. In de psalmen komen we ook de onschuldige en vrome en rechtvaardige dichters tegen. 

In het O. T.  komen we telkens het polaire spreken tegen. God is nabij en Hij is verborgen.

Hij is onze Vriend en tegenstander. Heel de breedte van het leven komt ter sprake:lofzang en klacht, vertrouwen en twijfel.

Dit polaire spreken is in het O.T.duidelijker dan in het N. T. De hoorders mogen niet alleen ter sprake komen in de prediking onder de noemer van schuld en gericht. Er zijn ook gelovigen die doen wat recht is in de ogen van de Heer. Wij zijn zondaar en rechtvaardig. Er is in het O. T.  ook ruimte voor het maatschappelijke en politieke engagement.

 

 

Ook verwijzing naar toekomst

 

Teksten uit het OT. zien ook uit naar de toekomst.

De 'zelfvoorstelling' van de Heer (Ex. 3:6) 'Ik ben de God van Abraham, Izaak en Jacob' kunnen ook plaats krijgen om de opstanding der doden aan te duiden. God is immers een God van levenden en niet van doden en om een ander voorbeeld te gebruiken.

"Gezegend hij die komt in  de naam des Heren (Ps 118:25), wordt aangehaald om Jezus' intocht in Jeruzalem te beschrijven en heeft ook alles te maken met zijn glorieuze terugkeer, terwijl  hij oorspronkelijk in psalm 118 betrekking had op de kroning van de koning van Israël. Het huidige tijdperk zal worden afgesloten door een nieuw tijdperk.

 

Hij komt naar ons toe

 

Het oudtestamentische spreken over de toekomst heeft vooral betrekking op Iemand die komt, niet op iets dat komt.

Het gaat over "het naar ons toe komen van de Heer".

In de adventstijd bereiden we ons niet voor op de geboorte van Jezus, maar op zijn komst als Koning van het heelal! Het is een dag van heil en vreugde, maar ook een dag van gericht!

De prediker moet zich de veelkleurigheid van de tekst bewust worden. Zijn aandacht moet altijd weer een gerichte aandacht zijn. Niet : wat zeggen deze woorden ? Maar:

1.  Wat zeggen deze woorden met het oog op Israël?

2.  Wat zeggen deze woorden met het oog op Christus?

3.  Wat zeggen deze woorden met het oog op ons ?

4.  Wat zeggen deze woorden met het oog op de toekomst?