ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Identiteit

Wie ben ik?

Wie ben jij?

Jij bent gewoon heel bijzonder. Jij bent uniek.

Velen weten niet wie ze zijn. Wel wat zij willen wórden.

Bijvoorbeeld een bekende Nederlander, een groot voetballer, een beroemd pianist, een gelukkig mens, een rijk iemand. Maar we weten meestal niet wie we zijn.

Wat is mijn identiteit ?

Velen denken dat ze zijn wat ze van zichzelf denken in een opgeblazen gevoel van eigen waarde of (daarmee in tegenstelling)- in een destructief, zelfvernietigend minusgevoel:

ik ben waardeloos.

We kunnen ook denken dat we zijn zoals anderen over ons denken: ons verheerlijken of bekritiseren, prijzen of afbranden.

Identiteitsbewijs van de Christusgelovige.

Wat is mijn identiteit? Mijn identiteit is christocentrisch bepaald.’

Wie in Christus is, is een nieuwe schepping’ lezen we in de brief aan de Kolossenzen. I

IK ben een heilige, een geheiligde. Ik ben zoals God over mij denkt.

Ik ben een door God geliefd kind dat zich dat nog veel te weinig realiseert. Wat houdt God ongelooflijk veel van mij!.

Maar hoe zit het met jou?

Waardoor laat jij je identiteit bepalen?

Echoput omgeving?

Als we de vraag wie we eigenlijk zijn laten bepalen door anderen, zijn we de echoput van onze omgeving  Dan moeten we constant aan verwachtingen voldoen. Dan lopen we als maar op onze  tenen of hollen we hijgend achter de nieuwste trends aan. Dan zijn we mensen met angst. Wat zouden de mensen wel van mij vinden?

Vaak hoor je  dat je een loser bent en dat je niets kunt. God kijkt anders. Jij hebt niet de Geest gekregen om opnieuw als slaaf in angst te leven, maar tot God te zeggen: Vadertje, Abba, wat houdt u toch veel van mij dat ik Uw kind mag zijn!

Allen die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen van God (Rom 8:14).

Schaamtecultuur

In onze schaamtecultuur zijn we vreselijk benieuwd wat onze buurman van ons vindt. In de schuldultuur van vroeger gold vooral de vraag hoe God over ons denkt. God kijkt met de ogen van Jezus ons aan en Hij zegt; Jij bent OKE.

 

Ik ben van een Ander

 

Ik ben niet mijn eigen heer en meester. Ik van een Ander.

Vroeger werd er gepreekt uit zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus.”Wat is uw enige troost in leven en sterven?”  luidde de vraag.

Het antwoord was “Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet van mijzelf ben, maar het eigendom van mijn getrouwe zaligmaker Jezus Christus.”

Christen worden is een andere Baas krijgen.

Wij mensen zijn namelijk niet zo vrij als wij denken. Wij zijn horig aan duistere driften en machten.

Lijfeigenen van de vorst van het kwaad. We zijn pas vrij als we een slaaf van Jezus zijn. De deuren naar de toekomst gaan pas open als je je laten arresteren door deze Heer.

We zijn niet het bezit van Jezus, maar zijn eigendom. In dat woordje ‘eigendom’ zit iets eigens. Iets persoonlijks. Jezus zegt tot jou; Jij bent van Mij. Daar ligt de basis van mijn identiteit.

Show your identity

Laat die identiteit ook zien. Show your identity! Jezus is Kurios.

 Hij is de Heer in het hiernumaals en in het hiernamaals. Wij zien maar tot de horizon.

Het rijk van Christus bevindt zich ook achter die horizon. Ons identiteitsbewijs  krijgen we van de Heilige Geest.