ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Een wijsgeer is niet wijs. Hij wil het worden

 

Begeerte naar wijsheid 

Een wijsgeer is niet wijs. Hij begéért wel wijs te zijn. Een filosoof is iemand die  van wijsheid houdt. (Sofia= wijsheid).

Zie ook God van de filosofen en God van Pascal.

Het is mij opgevallen dat in Israël de wijsbegeerte niet tot ontwikkeling is gekomen.

In het Oude Testament zoekt men niet zoals in Griekenland naar de onthulling van de grond aller dingen, waarbij een dankbaar gebruik gemaakt wordt van de rede of de extase als hulpmiddel tot ontdekking.

 

Hoor Israel. Wees gehoor-zaam

Het hóren naar de woorden van God en daarop vertrouwen, dát kreeg in Israël alle aandacht. Niet filosofeer Israël! maar hoor, Israël! 

Waarheid stond voor Israël gelijk met betrouwbaarheid. God was waar. J

e kunt op Hem aan. Zo niet bij de Grieken. Zie bij Waarheid bij Johannes

Men hield zich in Israël aan  de regel uit de thora "De verborgen dingen zijn voor de Here onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen".

De Grieken daarentegen zijn op zoek gegaan naar de waarheid achter de zichtbare werkelijkheid.

De zichtbare werkelijkheid was voor hen slechts een façade, waarachter de waarheid zich verborgen hield.  Voor de jood was waarheid iets waarop je áán kon, voor de Griek iets wat ontdekt, onthuld werd door het denken, of door extase.

De Socrateswisselbeker is op 27 april 2002 uitgereikt aan het filosofisch beste boek

Filosofie geeft geen antwoorden, maar leert de vragen te formuleren en antwoorden te zoeken.

Socrates

De filosofie wil in onze tijd weer de markt op. Daarmee keert zij terug naar de Griekse filosoof Socrates, die op de markt met de omstanders  in discussie ging over de kwaliteit van het bestaan.

De dominee en de psychotherapeut hebben concurrentie gekregen van de filosoof

In de wereld waarin Paulus rondtrok had zich een verschuiving voorgedaan op het gebied van de wijsbegeerte.

Ethische vragen

Het wijsgerig denken van Plato en Aristoteles had zijn dominerende invloed verloren. Het doel van de wijsbegeerte was niet zo zeer meer het zuiver wetenschappelijke denken.

Dat was voor de mens in de Hellenistische tijd veel te abstract.

Niet langer kwam het accent te liggen op de grote ken-kritische problemen, maar op de vraag: hoe kan ik gelukkig leven? De ethische vragen kwamen op de voorgrond. 

Epicurus en Stoa 

Het zijn vooral twee wijsgerige stelsels geweest, die in de dagen van Paulus heel populair waren; de wijsbegeerte van Epicurus en die van de Stoa. In Athene is Paulus in aanraking gekomen met de wijsgeren van deze stelsels.  (Hand.  17:18) Epicurus verkondigde dat het begin en het einddoel van het gelukkig leven het genot is.

De mens is pas gelukkig als hij genieten kan  Hij bedoelde dit zeker niet in banale zin.

Lijnrecht tegenover Epicurus stond de Stoa.

Stoa

De stichter was Zeno (geboren 336 v.  Chr.), een koopman van Cyprus, die zich te Athene vestigde en daar in een zuilengang, de beroemde Stoa poikile, een eigen wijsgerige school oprichtte

Ook de Stoïcijnse filosofie had als doel het geluk van de mens Hoe leef je nu gelukkig? Het antwoord was dat je moet leven in overeenstemming met de natuur.

De Stoa leert dat de mens zich niet door allerlei gevoelens en hartstochten moet laten leiden. Namelijk vrees en smart, begeerte en lust. Als de mens in overeenstemming met de natuur wil leven moet hij 2 deugden betrachten: de apatheia en de ataraxia.

Apathie betekent dat de mens zich door zijn redelijke vermogens zo in de hand moet houden, dat hij niet van zijn stuk gebracht wordt. De ataraxia is de houding tegenover de buitenwereld. Je moet je terugtrekken in jezelf.

 

Niets vrezen, niets hopen 

Het hoofdgebod van de Stoïcijn luidt: niets vrezen, niets hopen, niets begeren.

Beide wijsgerige stelsels het Epicurisme en de Stoa kennen in het geheel niet de bijbelse tegenstelling tussen zonde en genade noch de bijbelse opdracht tot naastenliefde. De Stoa riep de mensen op om "grand seigneur" te zijn,zelfs in het aangezicht van de dood. 

Koninklijk, onbewogen en onbeïnvloedbaar moest de mens zijn weg gaan.

Paulus heeft telkens weer moeten vechten tegen de Stoa. Vanuit de oeverloze genade Christus wordt de mens telkens weer opgeroepen te helpen en lief te hebben.